2000-2029: De Nieuwe Ruimterace

2000 – 2009: Het ISS-tijdperk

2000 - 2004
Poisk
2005 - 2009

De eerste jaren van de 21e eeuw stonden in het teken van internationale samenwerking in de ruimte en de verdere uitbouw van het International Space Station (ISS). In 2001 kwam een einde aan een belangrijk hoofdstuk in de ruimtevaartgeschiedenis toen het Russische ruimtestation MIR na vijftien jaar dienst gecontroleerd terugkeerde in de atmosfeer. Tegelijkertijd werd de bouw van het ISS voortgezet, waarbij steeds meer modules en voorzieningen aan het station werden toegevoegd.

 

Ook de wetenschappelijke verkenning van het zonnestelsel ging onverminderd door. Diverse missies werden gelanceerd om de planeet Mars te onderzoeken, terwijl de Hubble Space Telescope meerdere onderhouds- en upgradesmissies kreeg om haar wetenschappelijke mogelijkheden verder te verbeteren.

In 2003 werd de ruimtevaartgemeenschap getroffen door een tragedie toen de Space Shuttle Columbia tijdens de terugkeer naar de aarde uiteenviel. Alle zeven bemanningsleden kwamen daarbij om het leven. In dezelfde periode schreef Nederland opnieuw ruimtevaartgeschiedenis toen André Kuipers als tweede Nederlandse astronaut vanaf het Baikonour Cosmodrome naar de ruimte werd gelanceerd.

 

De tweede helft van het decennium werd gekenmerkt door een toenemende internationale deelname aan ruimteonderzoek. De Verenigde Staten, Europa, Japan en andere ruimtevaartnaties verrichtten uitgebreid onderzoek naar het heelal en het zonnestelsel. India zette een belangrijke stap in haar ruimteprogramma met de lancering van een missie naar de maan.

 

Daarnaast werden bemande ruimtevluchten uitgevoerd door China, Rusland en de Verenigde Staten, terwijl het ISS verder werd uitgebreid tot een permanent bemand onderzoeksstation. Ook verschenen nieuwe draagraketten op het toneel, waaronder de eerste commerciële Amerikaanse lanceersystemen. Niet alle lanceringen verliepen echter succesvol, maar deze ontwikkelingen markeerden wel het begin van een nieuw tijdperk waarin commerciële bedrijven een steeds grotere rol gingen spelen in de ruimtevaart.

2010 – 2019: De New Space-revolutie

2010 - 2014
2015 - 2019
Falcon Heavy Starman
Electron/Curie lancering

De eerste helft van de jaren 2010 kende zowel successen als tegenslagen. Enkele ruimtevaartmissies mislukten, waardoor ruimtevaartuigen verloren gingen of ongecontroleerd op aarde terugkeerden. Rusland leverde nieuwe modules en onderzoeksfaciliteiten voor het International Space Station (ISS), terwijl de Verenigde Staten in 2011 afscheid namen van het Space Shuttle-programma met de laatste vlucht van de Space Shuttle Atlantis.

 

In deze periode werden diverse nieuwe draagraketten geïntroduceerd en werden ambitieuze wetenschappelijke missies naar andere hemellichamen uitgevoerd. Een van de meest opmerkelijke prestaties was de landing van een sonde op een komeet, waardoor wetenschappers voor het eerst onderzoek konden verrichten vanaf het oppervlak van zo’n object.

 

China groeide uit tot een belangrijke speler in de ruimtevaart. Het land lanceerde zijn eerste vrouwelijke taikonaut en bracht een eigen ruimtelaboratorium in een baan om de aarde. Ook Nederland leverde opnieuw een bijdrage aan de bemande ruimtevaart toen André Kuipers voor de tweede keer naar het ISS reisde.

 

In dezelfde periode bereikte de sonde Voyager 1 een historische mijlpaal door als eerste door mensen gebouwd object de interstellaire ruimte te bereiken en daarmee het invloedgebied van de zon te verlaten.

De tweede helft van het decennium stond in het teken van verdere verkenning van het zonnestelsel. Ruimtevaartuigen onderzochten planeten, manen, kometen en asteroïden. Op Mars werden steeds meer aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van water, terwijl China zijn positie als ruimtevaartnatie versterkte met een succesvolle zachte landing op de maan.

 

Daarnaast werden wereldwijd nieuwe draagraketten ontwikkeld en in gebruik genomen. Rusland en China openden nieuwe lanceercomplexen om hun ruimtevaartprogramma’s verder uit te breiden. De Verenigde Staten testten nieuwe onbemande ruimtevaartuigen voor toekomstige bemande missies, terwijl ESA experimenteerde met herbruikbare ruimtevaartuigen en terugkeercapsules. Ook India en China breidden hun ruimtevaartactiviteiten uit met de lancering van ruimteobservatoria, ruimtelaboratoria en ruimtetelescopen, waarmee de internationale samenwerking en concurrentie in de ruimtevaart verder toenamen.

2020 – 2029: Terug naar de Maan en commerciële expansie

James Webb Space Telescope
Spectrum lancering
Tianhe

De jaren 2020 worden gekenmerkt door een sterke toename van internationale ruimtevaartactiviteiten en ambitieuze verkenningsmissies. Ruimtevaartuigen en ruimtesondes werden ingezet voor onderzoek naar de zon, de maan en de diepere regionen van het heelal. Daarnaast werden verschillende missies gelanceerd om nieuwe inzichten te verkrijgen in de oorsprong en evolutie van ons zonnestelsel.

 

In 2020 schreef NASA een nieuw hoofdstuk in de Amerikaanse ruimtevaartgeschiedenis door voor het eerst sinds 2011 weer astronauten vanaf Amerikaanse bodem naar de ruimte te lanceren. Ook werd een onbemande testvlucht uitgevoerd als voorbereiding op toekomstige bemande missies naar de maan binnen het Artemis-programma.

Het International Space Station (ISS) bleef een belangrijk centrum voor wetenschappelijk onderzoek en internationale samenwerking. Het ruimtestation werd verder uitgebreid en regelmatig bezocht door bemanningen uit verschillende landen. Tegelijkertijd zette China grote stappen met de bouw van een eigen ruimtestation. In 2021 werd de eerste kernmodule, Tianhe, succesvol in een baan om de aarde gebracht.

Ook op het gebied van draagraketten vonden belangrijke ontwikkelingen plaats. Diverse ruimtevaartorganisaties en commerciële bedrijven introduceerden nieuwe rakettypen en lanceersystemen om de toegang tot de ruimte verder te verbeteren.

 

Een van de belangrijkste wetenschappelijke successen van het decennium was de landing van de NASA-rover Perseverance op Mars. De rover onderzoekt de geologie van de planeet, zoekt naar sporen van vroeger leven en verzamelt monsters voor toekomstige terugkeer naar de aarde.

 

Daarnaast werden wereldwijd missies gelanceerd naar de maan, Mars, de zon, kometen, asteroïden en verre delen van het universum. Nieuwe lanceercomplexen werden geopend en meerdere nieuwe draagraketten maakten hun debuut. Het aantal bemande ruimtevluchten nam eveneens toe, zowel naar het ISS als naar andere bestemmingen in een baan om de aarde. Daarmee groeide de ruimtevaart verder uit tot een internationaal en steeds meer commercieel georiënteerd werkterrein.

Station.