De geschiedenis van 1969
Op 5 januari om 06:28 UTC werd de Venera 5 en op 10 januari om 05:51 UTC werd de Venera 6 gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
Het doel van deze ruimtevaartuigen van de Sovjet Unie waren onderzoek van de atmosfeer van de planeet Venus. Venera 5 en 6 hadden aan boord een lander die gelijk was aan de Venus 4 met het verschil dat de constructie sterker was.
Bij het bereiken van de atmosfeer van de planeet werd de lander Venera 5 ontkoppeld op 16 mei en Venera 6 op 17 mei en deden wetenschappelijk onderzoek tijdens de afdaling na het planeetoppervlak en dezelfde dagen landde.
De Sovjet Unie lanceerde op 14 januari om 07:30 UTC de Soyuz 4 en op 15 januari om 07:04 UTC de Soyuz 5 vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
Op 16 januari koppelde Soyuz 4 aan de Soyuz 5 en was er een nieuw hoogtepunt in de ruimtevaartgeschiedenis, voor het eerst koppelden twee bemande ruimteschepen aan elkaar.
Op dit moment bestonden er nog geen ruimtesluizen zodat je makkelijk kon overstappen naar het ander ruimtevaartuig, in dit geval deden de kosmonauten van hun ruimte pak aan openden de luiken en gingen Yevgeny Khrunov en Aleksei Yeliseyev van de Soyuz 5 naar buiten om over te stappen in de Soyuz 4. Na vier en een half uur ontkoppelden de ruimtevaartuigen zich van elkaar en was de overstap geslaagd.
De Soyuz 4 landde veilig op 17 januari en de Soyuz 5 op 18 januari op de Steppe van Kazachstan.
Op 20 januari om 04:14 UTC lanceerde de Sovjet-Unie de Zond 1969A (Soyuz 7K-L1 No. 13) vanaf het lanceerbasis Baikonur Cosmodrome. De onbemande ruimtecapsule werd met een Proton-K/D-raket gelanceerd en maakte deel uit van het Zond-programma, dat bedoeld was om de techniek voor toekomstige bemande maanvluchten te testen.
Het vluchtplan voorzag in een vrije terugkeervlucht langs de maan, waarbij de werking van de navigatie-, communicatie-, besturings- en terugkeersystemen van de aangepaste Soyuz-capsule zou worden beproefd. De resultaten moesten aantonen dat een bemande vlucht om de maan veilig kon worden uitgevoerd.
De missie mislukte echter al tijdens de lancering. Door een storing in een turbopomp van de tweede trap schakelde deze ongeveer 25 seconden te vroeg uit, waardoor de benodigde snelheid voor een vlucht naar de maan niet werd bereikt. Het automatische noodsysteem activeerde daarop het ontsnappingssysteem (Launch Escape System), dat de terugkeercapsule veilig van de draagraket verwijderde. De capsule landde zonder grote schade en kon worden geborgen.
De NASA lanceerde op 22 januari om 16:48 UTC het zonobservatorium OSO 5 vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
De Orbiting Solar Observatory 5 (OSO 5) was bedoeld voor het bestuderen van de zon en dan met name de zonnevlekcylus van elf jaar in het UV- en röntgenspectrum.
De instrumenten waarmee de zon werd bestudeerd waren:
- Extreme UV spectoheliograph;
- Meerdere zon röntgen en gamma instrumenten voor onderzoek;
- X-ray Spectrometer.
De OSO 5 heeft zijn werk gedaan tot 2 april 1984.
De Luna 15A van de Sovjet Unie werd op 19 februari om 06:48 UTC gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De Luna 15A missie naar de maan zou bestaan uit twee delen. Het eerste was landen op de maan en daarna het onbemande voertuig Lunokhod 1A laten rijden voor onderzoek.
Er waren problemen met de tweede trap van de raket waardoor de lancering mislukte en het geheel 15 kilometer van de lanceerbasis neerstortte.
Op 21 februari om 09:18 UTC werd de eerste N1-L3 raket gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De vijftrapsraket van de Sovjet Unie was ontworpen voor bemande vluchten naar de maan. Deze eerste lancering van de raket verliep anders, na enkele seconden na de lancering waren er problemen met de raketmotoren en na ruim een minuut explodeerde de raket op 30 kilometer hoogte.
De raket had een hoogte van 105,3 meter, een diameter van 17 meter woog 2.750.000 kilogram.
Na deze lancering waren er nog drie mislukte lanceringen van dit type en werd de raket uit productie genomen.
Op 21 februari om 09:18 UTC lanceerde de Sovjet-Unie de Zond L1S-1 (ook bekend als Soyuz 7K-L1S No.1) vanaf Baikonur Cosmodrome. Het ruimtevaartuig maakte deel uit van het zond programma, dat als doel had Sovjetkosmonauten op de maan te laten landen.
De lading bestond uit een aangepaste Zond-capsule, een massamodel van de LK model-1 maanlander en camera’s voor het fotograferen van potentiële landingsplaatsen op de maan. Indien de lancering succesvol was verlopen, zou de Zond-capsule in een baan om de maan zijn gebracht om de prestaties van de N1-raket en de L3-maanconfiguratie te testen.
Kort na de lancering traden problemen op in de eerste trap van de N1-raket. Enkele motoren vielen vrijwel direct uit door een fout in het besturingssysteem. Hoewel de overige motoren tijdelijk extra stuwkracht leverden om dit te compenseren, veroorzaakten hevige trillingen verdere technische problemen. Na 66 seconden brak een oxidatieleiding, waarna brand ontstond en de turbopompen explodeerden. De raket verloor de controle en stortte neer op ongeveer 30 kilometer hoogte, waardoor de missie voortijdig eindigde.
Het Launch Escape System (LES) functioneerde echter zoals ontworpen. De ontsnappingstoren trok de Zond-capsule veilig weg van de falende raket, waarna de capsule onbeschadigd kon worden teruggevonden. Deze succesvolle werking van het nood-ontsnappingssysteem was een van de weinige positieve resultaten van de missie en leverde waardevolle gegevens op voor de verdere ontwikkeling van bemande ruimtevaartuigen.
De mislukte vlucht van de Zond L1S-1 betekende een zware tegenslag voor het Sovjet-maanprogramma.
Vanaf Cape Canaveral werd de NASA Mariner 6 op 25 februari om 01:29 UTC gelanceerd.
Het doel van de missie was het oppervlak en de atmosfeer van de planeet Mars te bestuderen tijdens de scheervlucht langs de rode planeet. De gegevens konden gebruikt worden voor toekomstig onderzoek, het testen van apparatuur en de zoektocht naar buitenaards leven.
De Mariner kwam op 31 juli het dichts langs Mars op een afstand van 3.431 kilometer.
Op 3 maart om 16:00 UTC werd de Apollo 9 gelanceerd vanaf lanceerbasis Kennedy Space Center.
Aan boord waren drie astronauten en een maanlander. Na een geslaagde vlucht werden er diverse testen en een ruimtewandeling gemaakt waarna de vijfde dag de astronauten Schweickart en McDivitt overstapten in de maanlander Spider (LM 3) en ontkoppelden ze deze van de Apollo 9 (CSM 104 ). Na een geslaagde koppeling gingen de twee astronauten weer terug naar de Gumdrop en werd de Spider ontkoppeld die op 23 oktober 1981 in de atmosfeer verbrandde.
De drie astronauten begonnen weer aan de terug reis naar aarde waar ze een geslaagde landing maakten op 13 maart in de Stille Oceaan.
Foto v.l.n.r.: James McDivitt, David Scott en Russell Schweickart.
Op 27 maart werd de Mars 2B gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
Deze lancering van de Sovjet Unie van een Mars 69 No.521 ruimtevaartuig naar de planeet Mars verliep niet zoals gehoopt.
De eerste twee trappen van de raket functioneerden normaal maar de derde trap niet en explodeerde na ruim zeven minuten en vielen de brokstukken terug naar de aarde waar ze in het Altaj gebergte van de Sovjet Unie terecht kwamen.
Vanaf Cape Canaveral werd de NASA Mariner 7, die identiek was aan de Mariner 6, op 27 maart om 10:40 UTC gelanceerd.
Het doel van de missie was het oppervlak en de atmosfeer van de planeet Mars te bestuderen tijdens de scheervlucht langs de rode planeet. De gegevens konden gebruikt worden voor toekomstig onderzoek, het testen van apparatuur en de zoektocht naar buitenaards leven.
De Mariner kwam op 5 augustus het dichts langs Mars op een afstand van 3.430 kilometer.
Op 2 april om 10:33 UTC werd de Mars 2C gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
Deze lancering van de Sovjet Unie van een Mars 69 No.522 ruimtevaartuig naar de planeet Mars verliep niet zoals gehoopt.
De eerste trap van de raket functioneerde niet goed en vatte al direct vlam bij de lancering waarna de raket na 41 seconden explodeerde en de brokstukken terug naar de aarde vielen.
Op 18 mei om 16:49 UTC werd de Apollo 10 gelanceerd vanaf lanceerbasis Kennedy Space Center.
Aan boord waren drie astronauten en een maanlander. Na een geslaagde vlucht naar de maan gemaakt te hebben stapten de astronauten Cernan en Stafford over in de maanlander Snoopy (LM 4) en ontkoppelden ze deze van de Apollo 10 (CSM 106 ). Nadat de twee astronauten de checklist hadden doorlopen begon de maanlander te tollen en liep de navigatiecomputer vast. Door ingrijpen van Stafford kon erger voorkomen worden. Achteraf bleek dat de checklist niet klopte, een schakelaar moest door de ene worden geschakeld waarna de ander de knop weer terug zette in de oorspronkelijke positie.
Na een geslaagde koppeling gingen de twee astronauten weer terug naar de Charlie Brown en werd de Snoopy ontkoppeld.
De drie astronauten begonnen weer aan de terug reis naar aarde waar ze een geslaagde landing maakten op 26 mei in de Stille Oceaan.
De Luna 15B (Ye-8-5 No.402) van de Sovjet Unie werd op 14 juni om 04:00 UTC gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De Luna 15B missie van de Sovjet Unie naar de maan zou bestaan uit twee delen. Het eerste was landen op de maan en daarna weer opstijgen en retour naar aarde.
De bovenste trap van de raket weigerde te ontsteken waardoor de raket niet in een baan om de aarde kwam.
Op 19 juni om 03:15 UTC werd de Biosatelliet-3-missie gelanceerd vanaf lanceerbasis Cape Canaveral. Het was een Amerikaanse ruimtemissie in het kader van het Biosatellite-programma van de NASA. Het doel van deze missie was om de effecten van langdurige microzwaartekracht en ruimteomstandigheden op biologische organismen te bestuderen. De belangrijkste wetenschappelijke focus lag op het onderzoeken van fysiologische en biomedische veranderingen in levende organismen, inclusief planten en dieren.
De belangrijkste doelen van de missie waren:
- Het bestuderen van de invloed van gewichtloosheid op het zenuwstelsel, cardiovasculaire functies, spieratrofie en andere fysiologische processen.
- Het belangrijkste biologische experiment betrof een resusaap genaamd “Bonny” die werd gekozen vanwege de overeenkomsten in fysiologie met mensen.
- Het onderzoeken van de invloed van ruimtevaart op celgroei, fotosynthese en genetische veranderingen in planten en micro-organismen.
De satelliet was uitgerust met sensoren om vitale functies, zoals hartslag, ademhaling en spieractiviteit van de aap, continu te monitoren.
De missie was oorspronkelijk ontworpen om 30 dagen in een lage baan om de aarde te blijven, maar technische problemen dwongen NASA om de missie vroegtijdig te beëindigen, na 8 dagen. Ondanks de verkorte missie leverde het belangrijke gegevens op over de effecten van ruimtevaart op levende organismen.
De Biosatelliet-3-missie was een vroege maar belangrijke stap in het onderzoek naar hoe biologische systemen zich aanpassen aan de ruimte, en haar resultaten vormden een fundament voor latere biomedische experimenten in de ruimte.
De Zond L1S-2 (ook bekend als Soyuz 7K-L1S No.2) werd op 3 juli om 21:18 UTC gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome. De missie maakte deel uit van het Sovjetprogramma om een bemande maanlanding mogelijk te maken en was de tweede testvlucht van de zware N1-raket, de Sovjettegenhanger van de Amerikaanse Saturn V.
Het ruimtevaartuig bestond uit een aangepaste Zond-capsule, voorzien van camera’s voor het fotograferen van potentiële landingsplaatsen op de maan. Daarnaast was een testmodel van de Sovjet-maanlander Lk Model-2 aan boord. Het doel van de missie was de prestaties van de N1-raket te testen en de Zond-capsule in een baan om de maan te brengen als voorbereiding op toekomstige bemande maanmissies.
De vlucht eindigde echter al enkele seconden na de lancering. Kort na het verlaten van de lanceertoren trad een defect op in de zuurstofpomp van motor nummer 8, vermoedelijk veroorzaakt doordat een losgeraakte metalen bout in de turbopomp terechtkwam. Hierdoor vielen de hoofdmotoren vrijwel direct uit. De raket verloor zijn stuwkracht, kantelde en stortte terug op het lanceerplatform. Ongeveer 18 seconden na de lancering explodeerde de volledig met brandstof gevulde N1-raket. De explosie geldt als een van de grootste niet-nucleaire explosies uit de geschiedenis van de ruimtevaart en verwoestte het lanceercomplex vrijwel volledig.
Ondanks de enorme explosie functioneerde het Launch Escape System (LES) zoals ontworpen. De ontsnappingstoren trok de Zond-capsule veilig weg van de raket, waarna deze ongeveer één kilometer van het lanceerplatform neerkwam en zonder grote schade kon worden geborgen. Dit was een belangrijk bewijs van de betrouwbaarheid van het nood-ontsnappingssysteem.
De Luna 15 (Ye-8-5 No.401) van de Sovjet Unie werd op 14 juli om 02:54 UTC gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De Luna 15 missie van de Sovjet Unie naar de maan bestond uit twee delen. Het eerste was landen op de maan en daarna weer opstijgen en retour naar aarde.
Na een reis door de ruimte stortte de Luna 15 op 21 juli neer op de maan in Mare Crisium.
Op 16 juli om 13:32 UTC werd de Apollo 11 gelanceerd vanaf lanceerbasis Kennedy Space Center.
Aan boord waren drie astronauten en een maanlander. Na een geslaagde vlucht stapten de astronauten Amstrong en Aldrin in de maanlander Eagle (LM 5) en ontkoppelden ze deze van de Apollo 11 (CSM 107 ) en landden 20 juli op de maan in de Sea of Tranquillity.
Op 21 juli 02:56 uur, was het Neil Armstrong die als eerste mens een voet op de maan zette. Zijn collega astronaut op de maan was Buzz Aldrin, Micheal Collins bleef in een baan om de maan achter.
Neil zei toen hij zijn voet op de maan zette met de legendarische woorden ‘That’s one small step for man, one giant leap for mankind.’ Wat in het Nederlands betekend ‘Dat is een kleine stap voor een mens, een reuzensprong voor de mensheid.’
De astronauten verzamelden totaal 21,55 kilogram aan gesteentemonsters.
Na een dag op de maan te zijn geweest lanceerden de twee astronauten zichzelf op 21 juli vanaf de maan om weer een koppeling te maken met de Apollo 11. Zij stapten over in de Apollo 11 en ontkoppelden de maanlander die later op de maan neerstortte.
Na een geslaagde missie landden de drie astronauten op 24 juli in de Stille Oceaan en werden opgepikt door de USS Hornet.
Op 7 augustus om 23:48 UTC lanceerde de Sovjet-Unie de Zond 7 (Soyuz-7K-L1 No.11L) vanaf het Baikonur Cosmodrome met een Proton-K-raket voorzien van een Blok D-boventrap. De missie maakte deel uit van het Sovjet L1 (Zond)-programma, dat was bedoeld om de technologie voor toekomstige bemande vluchten rond de maan te testen. Na een reeks gedeeltelijk mislukte missies was Zond 7 de eerste vrijwel volledig succesvolle testvlucht van het programma.
Het ruimtevaartuig met een massa 5.375 kilogram van volgde een vrije-terugkeerbaan (free-return trajectory) langs de maan. Op 11 augustus 1969 passeerde de capsule de achterkant van de maan op een afstand van ongeveer 1.200 kilometer van het maanoppervlak. Tijdens de passage werden foto’s van de maan en de aarde gemaakt en werden metingen verricht aan straling, communicatie, navigatie en de prestaties van de boordapparatuur.
Na de maanpassage begon de terugreis naar de aarde. Tijdens de terugkeer werd voor het eerst vrijwel foutloos gebruikgemaakt van de geleide atmosferische terugkeer (skip re-entry). Daarbij maakte de capsule een gecontroleerde duik in de atmosfeer, waardoor de belasting voor een toekomstige bemanning aanzienlijk werd verminderd. Dit was een belangrijke stap ten opzichte van eerdere Zond-missies.
Op 14 augustus landde de terugkeercapsule veilig in de Sovjet-Unie, ten zuiden van de stad Kustanaj (het huidige Kostanay in Kazachstan). Hoewel de parachutes correct functioneerden, ontstond tijdens de landing enige schade doordat de capsule niet volledig recht neerkwam. Desondanks werd de missie als een groot succes beschouwd.
De vlucht bewees dat de aangepaste Soyuz 7K-L1-capsule in staat was een veilige reis naar de maan en terug uit te voeren. De verzamelde gegevens bevestigden dat het systeem in principe geschikt was voor een bemande circumlunaire vlucht. Toch besloot de Sovjetleiding geen kosmonauten meer met het Zond-programma rond de maan te sturen. De succesvolle Amerikaanse maanlanding van Apollo 11 Moon Landing had het politieke doel van een Sovjet-maanrace grotendeels weggenomen.
De NASA lanceerde op 9 augustus om 07:52 UTC het zonobservatorium OSO 6 vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
De Orbiting Solar Observatory 6 (OSO 6) was bedoeld voor het bestuderen van de zon en dan met name de zonnevlekcylus van elf jaar in het UV- en röntgenspectrum.
De instrumenten waarmee de zon werd bestudeerd waren:
- Hard X-ray detector;
- NRL experiment.
De OSO 6 heeft zijn werk gedaan tot 14 juni 1982.
Op 27 augustus om 21:59 werd de Pioneer E gelanceerd vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
Dit zon observatorium van de NASA zou gedetailleerde en uitgebreide metingen te doen van de zonnewind, het magnetisch veld van de zon en de kosmische straling.
Kort na de lancering waren er hydraulische problemen met het hydraulisch systeem, waardoor het veiligheidssysteem ingreep en de raket en zijn lading werden vernietigd.
De Kosmos 300 (Ye-8-5 No.403 of Luna 16A) van de Sovjet Unie werd op 23 september om 14:07 UTC gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De Kosmos 300 missie van de Sovjet Unie naar de maan bestond uit twee delen. Het eerste was landen op de maan en daarna weer opstijgen en retour naar aarde.
In de bovenste trap van de raket was een defecte klep waardoor het ruimtevaartuig niet uit de omloopbaan van de aarde naar de baan kon komen en was hiermee ook de missie mislukt.
Op 11 oktober om 11:10 UTC werd de bemande Soyuz 6 gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De aan boord zijnde twee kosmonauten deden testen met het lassen van materialen in de ruimte en zouden foto’s maken van de koppeling tussen de Soyuz 7 en Soyuz 8. De koppeling tussen de twee Soyuz ruimtevaartuigen werd een mislukking omdat het koppelingssysteem defect was.
De kosmonauten keerden terug naar aarde waar ze op 16 oktober landden op de Steppe van Kazachstan.
Op 12 oktober om 10:44 UTC werd de bemande Soyuz 7 gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De aan boord zijnde drie kosmonauten zouden een koppeling maken met de Soyuz 8, maar dat mislukt omdat het koppelingssysteem defect was. De testen van nieuwe apparatuur waren wel succesvol.
De kosmonauten keerden terug naar aarde waar ze op 16 oktober landden op de Steppe van Kazachstan.
Foto v.l.n.r.: Vladislav Volkov, Anatoly Filipchenko en Viktor Gorbatko.
Op 13 oktober om 10:19 UTC werd de bemande Soyuz 8 gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De aan boord zijnde twee kosmonauten zouden een koppeling maken met de Soyuz 7, maar dat mislukt omdat het koppelingssysteem defect was. De testen van nieuwe apparatuur waren wel succesvol.
De kosmonauten keerden terug naar aarde waar ze op 16 oktober landden op de Steppe van Kazachstan.
Foto v.l.n.r.: Vladimir Shatalov en Aleksei Yeliseyev.
De Kosmos 305 (Ye-8-5 No.404 of Luna 16B) van de Sovjet Unie werd op 22 oktober om 14:09 UTC gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
De Kosmos 305 missie van de Sovjet Unie naar de maan bestond uit twee delen. Het eerste was landen op de maan en daarna weer opstijgen en retour naar aarde.
In de bovenste trap van de raket was een defect waardoor het ruimtevaartuig niet uit de omloopbaan van de aarde naar de baan kon komen en was hiermee ook de missie mislukt.
Op 14 november om 16:22 UTC werd de Apollo 12 gelanceerd vanaf lanceerbasis Kennedy Space Center.
Aan boord waren drie astronauten en een maanlander. Na een geslaagde vlucht stapten de astronauten Bean en Conrad in de maanlander Intrepid (LM 6) en ontkoppelden ze deze van de Apollo 12 (CSM 108 ) en landden 19 november op de maan in de Ocean of Storms.
De astronauten verzamelden totaal 34,35 kilogram aan gesteentemonsters.
Na een dag op de maan te zijn geweest lanceerden de twee astronauten zichzelf op 20 november vanaf de maan om weer een koppeling te maken met de Apollo 12. Zij stapten over in de Apollo 12 en ontkoppelden de maanlander die later op de maan neerstortte.
Na een geslaagde missie landden de drie astronauten op 24 november in de Stille Oceaan en werden opgepikt door de USS Hornet.