De geschiedenis van 1964
De Verenigde Staten lanceerden op 29 januari om 16:25 UTC de eerste Saturn 1 raket vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
De tweetrapsraket had een hoogte van 55 meter met een diameter van 6,6 meter en woog 510.000 kilogram. Deze raket was speciaal ontwikkeld om middelzware lading tot 9.100 kilogram in een lage omloopbaan om de aarde. Ook het testen en ontwikkelen van raketvoortstuwing was een doelstelling om zo de volgende generatie te ontwikkelen en uiteindelijk de raketontwikkeling voor de bemande vluchten naar de maan.
De eerste trap bestond uit acht Rocketdyne H-1 motoren, de tweede trap uit zes Rocketdyne RL-10A motoren.
De NASA lanceerde op 30 januari om 15:49 UTC de Ranger 6 vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
Deze impact maanlander werd op een koers naar de maan gebracht en na een kleine correctie was het ruimtevaartuig op ramkoers. Tijdens deze missie waren er technische problemen met de camera die opnamen moest maken van de laatste fase voordat de impactsonde neerstortte op de maan. Op 2 februari stortte de Ranger 6 op de maan in de Sea of Tranquillity, maar stuurde geen fotobeelden door de technische problemen.
3MV-1A No.4A (wordt ook wel 3MV-1A No.2 genoemd) was een Sovjet-sonde uit het Zond-programma, bedoeld als een proefmissie voor de derde generatie Venussondes. Het ruimtevaartuig was van het type 3MV-1A, ontworpen als zijn voorganger 3MV-1A No.2 (Kosmos 21) maar dan zonder Venuslander. De sonde werd ontwikkeld door OKB-1 en gebouwd door het latere ontwerpbureau Lavochkin.
Op 19 februari om 05:47 UTC werd de sonde met een massa van ongeveer 800 kilogram gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome met een Molniya 8K78M raket.
De 3MV-1A No.4A was bedoeld als een vroege test van het nieuwe 3MV-ontwerp. Naast het verzamelen van technische gegevens over het functioneren van de sonde tijdens een interplanetaire vlucht, was het uiteindelijke doel een reis naar Venus. De missie moest waardevolle ervaring opleveren voor de daaropvolgende operationele Venussondes.
De lancering verliep aanvankelijk normaal, maar tijdens de werking van de derde trap van de Molniya-raket ontstond een ernstig probleem. Door een lekkende klep kwam vloeibare zuurstof terecht in een kerosineleiding. Hierdoor vormde zich een explosief mengsel dat tijdens de vlucht ontplofte. De derde trap werd vernietigd voordat de sonde een parkeerbaan rond de aarde kon bereiken.
De missie eindigde daardoor al tijdens de lancering. Resten van de raket en de sonde kwamen neer in Siberië, nabij Barabinsk.
De Sovjet Unie lanceerde op 21 maart om 08:15 UTC de Luna 5A vanaf lanceerbasis Cosmodrome.
De Luna 5A van het type Ye-6 (No. 6) met een gewicht van 1.422 kilogram zou het eerste
ruimtevaartuig zijn wat een zacht landing op de maan zou maken, maar zover kwam het niet. Tijdens de lancering werd een klep niet volledig geopende waardoor het ruimtevaartuig niet in een juiste omloopbaan kon worden gebracht door onvoldoende stuwkracht.
Het ruimtevaartuig verloor hoogte en verbrandde in de atmosfeer.
3MV-1 No. 5 was een Sovjet-sonde uit het Venera-programma, bedoeld om een landingscapsule naar Venus te sturen. De sonde, met een massa van circa 948 kilogram, behoorde tot de derde generatie Mars–Venus (3MV) ruimtevaartuigen en werd ontwikkeld door OKB-1. De lancering vond plaats op 27 maart om 03:24 UTC vanaf de Baikonur Cosmodrome met een Molniya-M draagraket.
De missie was bedoeld om:
- een afdaalcapsule naar Venus te vervoeren;
- gegevens te verzamelen over de interplanetaire ruimte;
- de atmosfeer van Venus tijdens de afdaling te onderzoeken;
- de eerste zachte landing op Venus voor te bereiden.
De eerste fasen van de lancering verliepen succesvol en de sonde bereikte een parkeerbaan rond de aarde. Tijdens de ontsteking van de Blok-L-bovenste trap, die de sonde op weg naar Venus moest brengen, trad echter een storing op. De motor stopte voortijdig, waardoor de vereiste ontsnappingssnelheid niet werd bereikt.
Omdat de Sovjet-Unie mislukte planetaire missies destijds niet openbaar maakte, kreeg het ruimtevaartuig na het bereiken van de aardbaan de naam Kosmos 27. De sonde bleef enkele dagen in een lage baan om de aarde voordat zij op 1 april terugkeerde in de atmosfeer en verbrandde. Mocht de missie wel zou zijn geslaagd dan was deze sonde waarschijnlijk Venera 2 genoemd.
Zond 1 was een Sovjet interplanetaire sonde die op 2 april om 02:42 UTC werd gelanceerd als onderdeel van het Sovjetprogramma voor de verkenning van Venus. Het ruimtevaartuig was van het type 3MV-1 en werd ontwikkeld door OKB-1 onder leiding van Sergei Korolev. De missie had als doel gegevens te verzamelen tijdens de reis naar Venus en een capsule in de atmosfeer van Venus te laten afdalen.
De sonde met een massa van 948 kilogram werd gelanceerd vanaf Baikonur Cosmodrome en was ook bekend onder de naam 3MV-1 No4.
De sonde was uitgerust om:
- de interplanetaire ruimte te onderzoeken;
- metingen uit te voeren aan kosmische straling, magnetische velden en geladen deeltjes;
- gegevens over micrometeorieten te verzamelen;
- Venus van nabij te bestuderen tijdens de passage.
De lancering en injectie in de baan naar Venus verliepen succesvol. Enkele weken later ontstonden echter problemen in het communicatiesysteem door een defecte afdichting in het ruimtevaartuig. Hierdoor verloor de sonde geleidelijk haar druk en vielen verschillende systemen uit.
Het laatste bruikbare contact met Zond 1 vond plaats in mei op een afstand van ongeveer 14 miljoen kilometer van de aarde. Ondanks pogingen om de communicatie te herstellen werd geen verder contact meer verkregen.
Hoewel de sonde niet volledig operationeel bleef, vervolgde zij haar baan rond de zon en passeerde Venus op 19 juli op een afstand van ongeveer 100.000 km. Door het verlies van de communicatie werden echter geen wetenschappelijke gegevens tijdens de passage ontvangen.
Zond 1 was de eerste Sovjet-sonde van de verbeterde 3MV-generatie die met succes op een interplanetaire baan werd gebracht. De ervaringen met deze missie droegen bij aan de ontwikkeling van latere succesvolle Venusmissies uit het Venera-programma.
De Verenigde Staten lanceerden op 8 april om 16:00 de eerste Titan II raket vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
Deze tweetrapsraket van een Titan II GLV type was 33 meter hoog met een diameter van 3 meter kon ladingen van 3.600 kilogram in een lage baan om de aarde brengen.
De eerste trap van de raket had twee raketmotoren van het LR87-AJ7 type en een raketmotor van het LR91-AJ7 type op de tweede trap, beide gefabriceerd door Aerojet.
Op 8 april om 16:00 werd de Gemini 1 gelanceerd vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
Het was het eerste onbemande ruimtevaartuig van het Gemini project van de NASA.
Deze testvlucht had tot doel om het nieuwe ruimtevaartuig en de gemodificeerde raket Titan II te testen. Het nieuwe communicatie- en volgsysteem van het project werd uitvoerig getest en konden de ondersteuningsploegen oefenen voor de bemande vluchten.
Na de lancering bleef het ruimtevaartuig aan de tweede trap van de raket bevestigd en maakt 64 omloopbanen om de aarde in plaats van drie.
Nadat de testgegevens waren verzameld en de missie was afgelopen kwam het ruimtevaartuig weer terug naar aarde. Om te voorkomen dat het ruimtevaartuig in verkeerde handen zou vallen waren er gaten in het hitteschild gemaakt zodat deze grotendeels verbrandde en op 12 april in de Atlantisch Oceaan verdween.
De Sovjet Unie lanceerde op 20 april om 08:08 UTC de Luna 5B vanaf lanceerbasis Cosmodrome.
De Luna 5B van het type Ye-6 (No. 5) met een gewicht van 1.422 kilogram zou het eerste ruimtevaartuig zijn wat een zacht landing op de maan zou maken, maar zover kwam het niet. Tijdens de lancering waren er technische problemen met de bovenste trap van de raket waardoor deze te snel uit ging en zodoende niet een omloopbaan kon komen.
Het ruimtevaartuig verloor hoogte en verbrandde in de atmosfeer.
Op 28 mei om 17:07 UTC werd de Apollo BP-13 gelanceerd vanaf lanceerbasis Cape Canaveral, en was hiermee de eerste lading aan boord van de Saturn 1 raket.
De Apollo Boilerplate 13 ook wel SA 6 of AS 101 genoemd is een mock-up van de Apollo Command module dat tijdens de missie getest werd waarbij de tweede trap van de raket en het ruimtevaartuig gekoppeld bleven.
De Apollo BP-13 kwam op 1 juni terug in de atmosfeer en verbrandde deels en stortte neer in de Stille Oceaan maar werd niet geborgen.
De NASA lanceerde op 28 juli om 16:50 UTC de Ranger 7 vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
Deze impact maanlander werd op een koers naar de maan gebracht en na een kleine correctie was het ruimtevaartuig op ramkoers. Het ruimtevaartag had tot doel gedetailleerde foto’s van het maanoppervlak te maken tijdens de laatste fase van de missie.
Op 31 juli stortte de Ranger 7 op de maan in Mare Congnitum waarmee de missie geslaagd kon worden afgesloten.
Op 14 augustus om 22:00 UTC werd de eerste Atlas-SLV3 gelanceerd vanaf Vandenberg Air Force Base.
Deze tweetrapsraket van de Verenigde Staten met een Agena-D als bovenste trap had een hoogte van 36 meter met een diameter van 3 meter en kon een lading van tot 1.000 kilogram aan lading in een lage omloopbaan brengen.
De raket was een afgeleide van de SM-65 Atlas raket welke was ontwikkeld als intercontinentale ballistische raket (ICBM).
Dit type werd veelal gebruikt voor het lanceren van ladingen voor het Gambit-, Vela- of Mariner programma.
Op 18 augustus om 09:15 UTC lanceerde de Sovjet Unie de eerste Kosmos-1 raket vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
Deze tweetrapsraket gebaseerd op de R-14 ballistische raket met een hoogte van 26,3 meter en een diameter van 2,34 meter kon een lading van 1.400 kilogram in een lage omloopbaan brengen.
De Verenigde Staten lanceerden op 1 september om 15:00 de eerste Titan III raket vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
Deze drietrapsraket van een Titan III type A was 42 meter hoog met een diameter van 3,05 meter kon ladingen van 3.100 kilogram in een lage baan om de aarde brengen.
De eerste trap van de raket had twee raketmotoren van het LR87-AJ9 type, een raketmotor van het LR91-AJ9 type op de tweede trap en twee AJ10-138 type, allen gefabriceerd door Aerojet.
De bovenste trap van deze raket was een Transtage die gemonteerd was op een Titan II raket om testen uit te voeren voor de in ontwikkeling zijnde Titan IIIC.
Op 18 september om 16:22 UTC werd de Apollo BP-15 gelanceerd vanaf lanceerbasis Cape Canaveral.
De Apollo Boilerplate 15 ook wel SA 7 of AS 102 genoemd is een mock-up van de Apollo Command module dat tijdens de missie getest werd waarbij de tweede trap van de raket en het ruimtevaartuig gekoppeld bleven.
De Apollo BP-15 kwam op 22 september terug in de atmosfeer en verbrandde deels en stortte neer in de Stille Oceaan maar werd niet geborgen.
Op 6 oktober om 07:00 UTC werd de Kosmos 47 gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
Deze eerste onbemande testvlucht van de Sovjet Unie van een Voskhod-3KV capsule werd in een lage omloopbaan van de aarde gebracht. Deze testvlucht ging vooraf aan de bemande vlucht Voskhod 1 die een week later plaatsvond.
Na een dag van testen keerde de capsule weer terug naar aarde waar het op 7 oktober landde op de Steppe van Kazachstan.
De Sovjet Unie lanceerde de eerste bemande Voskhod 1 op 12 oktober om 07:30 UTC vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.
Aan boord van deze Voskhod-3KV No.2 waren drie kosmonauten, wat voor het eerst in de geschiedenis was dat er meer dan een bemanningslid in een capsule de ruimte in werd gelanceerd.
Door het beperkte lanceergewicht en de ruimte in de capsule waren de ruimtepakken voor de kosmonauten niet aanwezig.
Na een dag in de krappe capsule landden de drie kosmonauten op 13 oktober op de Steppe van Kazachstan.
Vanaf lanceerbasis Cape Canaveral werd de NASA Mariner 3 op 5 november om 19:22 UTC gelanceerd.
De doelen van de missie naar de planeet Mars waren:
- het maken van close-up foto’s;
- verzamelen van gegevens over de interplanetaire omgeving van Mars.
Nadat het ruimtevaartuig in een baan om de aarde was gebracht ging het mis, de beschermkappen (fairing) die de Mariner 3 beschermde kwamen niet los. Oplossingen van de grondleiding bleven waardoor de batterijen uitgeput raakte en de missie aan een einde kwam.
Vanaf lanceerbasis Cape Canaveral werd de NASA Mariner 4 op 28 november om 14:22 UTC gelanceerd.
De doelen van de missie naar de planeet Mars waren:
- het fotograferen van het Mars oppervlak;
- onderzoek van eventuele stralingsgordels rond de rode planeet.
Hiermee was de Mariner 4 het eerste ruimtevaartuig dat succesvol de planeet Mars bereikt en ook de eerste die foto’s van de planeet naar aarde stuurde.
Nadat het ruimtevaartuig Mars was gepasseerd ging het radiocontact op 1 oktober 1965 verloren, hierna werd deze nog hersteld maar na twee keer getroffen te zijn door micrometeorieten ging het contact op 21 december 1967 voorgoed verloren.
Zond 2 (3MV-4 No2 of 3MV-4A) was een Sovjet-ruimtesonde die werd gelanceerd op 30 november om 13:25 UTC als onderdeel van het Sovjetprogramma Zond voor de verkenning van Mars vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome. De sonde, met een massa van 996 kilogram, was gebaseerd op het 3MV-4A-ontwerp (Mars-flyby) en werd ontwikkeld door OKB-1 onder leiding van Sergei Korolev.
De sonde was ontworpen om:
- foto’s van Mars te maken tijdens een scheervlucht;
- het magnetische veld en de stralingsomgeving van Mars te onderzoeken;
- metingen uit te voeren aan de interplanetaire ruimte;
- gegevens te verzamelen over kosmische straling, zonnewind en micrometeorieten.
De lancering verliep succesvol en Zond 2 werd op een baan naar Mars geplaatst. Kort na vertrek bleek echter dat één van de twee zonnepanelen niet volledig was uitgeklapt. Hierdoor beschikte de sonde over onvoldoende elektrische energie voor een normale werking.
Ondanks de problemen bleef de sonde enkele maanden gegevens naar de aarde sturen. In mei 1965 ging het radiocontact definitief verloren toen de sonde zich op ongeveer 150 miljoen kilometer van de aarde bevond.
Omdat het contact verloren was gegaan voordat Mars werd bereikt, konden geen foto’s of wetenschappelijke gegevens van de planeet worden verzameld. De sonde passeerde Mars waarschijnlijk op 6 augustus 1965 op een afstand van ongeveer 1.500 kilometer, maar er werden geen gegevens ontvangen.