De geschiedenis van 2005

2005 – Deep Impact

Deep Impact

 

De ruimtesonde Deep Impact werd op 12 januari om 18:47 UTC gelanceerd door een Delta II raket vanaf Cape Canaveral.

 

De sonde is ontworpen om de samenstelling van de komeet Tempel 1 te onderzoeken en na een reis van zes maanden kwam de sonde aan bij de komeet.

 

De ruimte sonde bestaat uit twee delen één deel ‘de sonde’ zal fungeren voor de communicatie met de aarde, op deze sonde zijn verder camera’s en spectrofotometers aangebracht om opnames te kunnen maken voor verder onderzoek.

Tempel

Het tweede deel ‘de impactor’ werd gelanceerd vanaf de sonde en is op 4 juli ingeslagen op de komeet. Door de inslag is er materiaal van de komeet vrijgekomen die verder geanalyseerd konden worden.

 

De Deep Impact was de eerste sonde die op een komeet terecht kwam, de vorige missies waren zogenaamde fly-by missie, zoals de Giotto en de Stardust missies.

2005 – Expeditie 11/12

Soyuz-TMA 6 bemanning

Op 15 april om 00:46 UTC werd de Soyuz-TMA 6 gelanceerd vanaf Baikonur Cosmodrome. De aan boord zijnde drie kosmonauten koppelden twee dagen later aan de Pirs module van het International Space Station. De Soyuz werd op 19 juli verplaatst naar de Zarya module. 

 

Kosmonaut Roberto Vittori bleef achter in het ISS en Gregory Olsen van de Soyuz-TMA 7 landde veilig, samen met de andere twee kosmonauten, op 11 oktober met de Soyuz-TMA 6 veilig op de Steppe van Kazachstan.

 

Foto v.l.n.r:  Roberto Vittori, Sergei Krikalev en John Phillips.

2005 – Volna-O

Volna-O

Rusland lanceerde op 21 juni om 19:46 UTC de eerste Volna-O raket vanaf de onderzeeër K-496 Borisoglebsk.

 

De Volna is een drietrapsraket die is ontworpen voor sub-orbitale lanceringen en werd aangepast naar Volna-O voor orbitale lanceringen. Deze lancering vanuit een onderzeeboot in de Barentszzee mislukt omdat de raketmotoren van de eerste trap te vroeg werden uitgeschakeld en de tweede en derde trap niet van elkaar loskwamen waardoor de gewenste omloopbaan niet bereikt werd.

 

Volna-O lancering

2005 – Suzaku

Suzaku

Vanaf Uchinoura Space Center werd op 10 juli om 03:30 UTC de Suzaku gelanceerd. Deze satellietmissie is een samenwerkingsverband tussen de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA en de Amerikaanse NASA.

 

Het doel van de missie is het onderzoeken van röntgen bronnen met hoge energie, zoals zwarte gaten, supernova explosies en galactische clusters.

Al snel vonden er een reeks aan storingen plaats in het koelsysteem waardoor het vloeibare helium de ruimte in lekte. Het gevolg was dat de röntgenspectometer (XRS) werd uitgeschakeld. De andere instrumenten hadden geen problemen ondervonden.

2005 – STS-114

STS-114 bemanning

Foto v.l.n.r.: Andrew Thomas, Charles Camarda, Wendy Lawrence, Eileen Collins, Stephen Robinson, Soichi Noguchi en James Kelly.

Na 29 maanden met de ramp van de Space Shuttle Columbia werd er weer een Space Shuttle gelanceerd de Discovery, welke op 26 juli om 14:39 UTC werd gelanceerd vanaf Kennedy Space Center.

Aan boord van deze vlucht waren de vrachtmodule Raffaello (MPLM) en zeven astronauten die een missie hadden om het Internatinal Space Station verder uit te breiden en te bevoorraden. Na een vlucht van bijna twee dagen koppelde de Discovery aan de koppelingsmodule PMA-2 van het ISS.

STS-114 isolatie

 

Tijdens de lancering van de Space Shuttle bleek na analyse opnieuw stukken van de isolatie te zijn losgekomen net als bij de verongelukte Columbia. Verder werd tijdens deze missie het External Stowage Platform 2 (ESP 2) gemonteerd aan het ISS.

 

Na een verblijf van ruim acht dagen in het ISS ontkoppelde de Discovery op 6 augustus en maakte op 9 augustus een geslaagde landing op Edwards Air Force Base. Door deze problemen werd het Space Shuttle programma opnieuw uitgesteld.

2005 – MRO

MRO

De Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) werd op 12 augustus om 11:43 UTC gelanceerd vanaf Cape Canaveral. De NASA ruimtesonde had niet alleen de missie om het oppervlak van planeet Mars in kaart te brengen maar ook enkele ondersteunende doelen.

 

Wetenschappelijke doelstellingen voor de mars missie waren:

  • Onderzoek van het klimaat;
  • Locaties te vinden waar water mogelijk aanwezig kan zijn;
  • Het in kaart brengen van de geologische krachten.

Naast deze wetenschappelijke doelen had missie nog twee doelen:

  • Een geschikte landingsplaats te vinden voor toekomstige landingen op mars;
  • Als communicatie satelliet fungeren voor missies op mars.

2005 – Expeditie 12/13

Soyuz-TMA 7 bemanning

Op 1 oktober om 03:54 UTC werd de Soyuz-TMA 7 gelanceerd vanaf Baikonur Cosmodrome. De aan boord zijnde drie kosmonauten koppelden twee dagen later aan de Pirs module van het International Space Station. De Soyuz werd op 18 november verplaatst naar de Zarya module en op 20 maart 2006 naar de Zvezda module.

 

Kosmonaut Gregory Olsen bleef achter in het ISS en Marcos Pontes van de Soyuz-TMA 8 landde veilig, samen met de andere twee kosmonauten, op 8 april 2006 met de Soyuz-TMA 7 veilig op de Steppe van Kazachstan.

 

Foto v.l.n.r: Greg Olsen, Valery Tokarev en William McArthur.

2005 – Shenzhou 6

Shenzhou-6 bemanning

Op 12 oktober om 01:00 UTC werd de tweede bemande Chinese raket Long March 2F gelanceerd vanaf Jiuquan Satellite Launch Center met aan boord twee taikonauten.

 

De taikonauten deden verschillende wetenschappelijke experimenten en testten een nieuw lichtgewicht ruimtepak. De exacte inhoud van de missie werd niet duidelijk gemaakt, maar sommige experimenten waren van militaire aard.

 

Op 16 oktober landde de capsule weer in Siziwang Banner in Inner Mongolië, dit is een autonome provincie in het noorden van China.

 

Foto v.l.n.r.: Fej  Junlong en Nie  Haisheng.

2005 – Venus Express

Venus Express

Vanaf de lanceerbasis Baikonur werd op 9 november om 03:33 UTC een Soyuz-FG raket gelanceerd met de Venus Express als vracht aan boord. Het was de eerste missie van de ESA die onderzoek ging verrichten naar de planeet Venus.

In april 2006 kwam de Venus Express aan bij de planeet en werd in een baan om de planeet gebracht. Vanaf die tijd werd er continue informatie verzonden naar de aarde die dan geanalyseerd kon worden.

 

Aan boord van deze ruimtesonde zijn zeven wetenschappelijk instrumenten:

  • Een instrument dat onderzoek deed naar de interactie tussen de zonnewind en de atmosfeer op Venus;
  • Een camera die de planeet in kaart bracht;
  • Een magnometer die het magnetisch veld meet;
  • Drie spectrometers, één voor het infrarood gebied, één voor de straling en één om het elektromagnetisch spectrum te meten;
  • Een soort radar instrument waar door middel van radiogolven het oppervlak werd verkend.