De geschiedenis van 1986

1986 – STS-61C

STS-61C bemanning

Op 12 januari om 11:55 UTC werd de Space Shuttle Columbia gelanceerd vanaf lanceerbasis Kennedy Space Center.

 

STS-61C vrachtruim met laboratoria

Aan boord van deze vlucht waren een satelliet, ruimtelaboratoria en zeven astronauten. De satelliet werd dezelfde dag nog in de ruimte gezet en de astronauten hielden zich verder bezig met onderzoek in het aanwezige Material Sciences Laboratory (MSL 2) en de 13 aanwezige Gateway Special (GAS) bussen.

Na een verblijf van zes dagen maakte de Columbia op 18 januari een geslaagde landing op Edwards Air Force Base.

 

Foto v.l.n.r: Zittend; Charles Bolden, Robert Gibson, Staand; Robert Cenker, Bill Nelson, Steven Hawley, George Nelson en Franklin Chang-Diaz. 

1986 – STS-51L

STS-51L bemanning

Foto v.l.n.r: Zittend; Michael Smith, Dick Scobee en Ronald McNair. Staand; Elison Onizuka, Christa McAuliffe, Gregory Jarvis en Judith Resnik.

Op 28 januari om 16:38 UTC werd de Space Shuttle Challenger gelanceerd vanaf lanceerbasis Kennedy Space Center.

 

Aan boord van deze vlucht waren een satelliet, ruimtelaboratorium SPARTAN 203 en zeven astronauten.

 

Na 73 seconden spatte de Space Shuttle Challenger uiteen en komen alle bemanningsleden om het leven.

 

De oorzaak was een rubberen o-ring die niet bestand was tegen lage temperaturen waardoor er hete gassen lekte uit de rechter stuwraket zodat er voldoende ingrediënten aanwezig waren om een zeer snelle verbranding te veroorzaken, van de waterstof en zuurstof, die waren vrijgekomen met uiteindelijk een explosie tot gevolg.

De cockpit kwam grotendeels intact uit de hevige brand en viel van ruim 16 kilometer hoogte uiteen in Atlantische Oceaan waarbij de hele bemanning om het leven kwam.

1986 – MIR Core

MIR Core

Vanaf Baikonur Cosmodrome werd het eerste deel, DOS-7, van het ruimtelaboratorium op 19 februari gelanceerd met de Proton-K. Dit ruimtestation van de Sovjet Unie kreeg de naam MIR Core wat vrede en wereld betekent. Na dit basis deel van de MIR volgden nog meer delen waarbij de MIR in 1996 compleet was.

 

MIR Core

De lengte van de MIR Core had een lengte van 13,1 meter met een diameter van 4,2 meter en met uitgeklapte zonnepanelen was de spanwijdte 20,7 meter.

De zes kosmonauten moesten bijna evacueren op 23 februari 1997 omdat er een brand was uitgebroken. En vier maanden later kwam de MIR in botsing met een bevoorradingschip.

De MIR is tot en met juli 1999 op een enkele periode na continue bewoond geweest en door de op 27 januari 2001 aangekoppelde Progress-M1 5 in een lagere baan werd genavigeerd. Op 23 maart 2001 brak de MIR in de dampkring in stukken en een deel verbrande en het overige deel stortte in de Grote Oceaan bij Nieuw-Zeeland.

1986 – Soyuz-T 15

Soyuz-T 15 bemanning

Op 13 maart om 12:33 UTC werd de Soyuz-T 15, expeditie MIR EO-1 en expeditie Salyut 7 EO-5, gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.

 

De aan boord zijnde twee kosmonauten koppelden twee dagen later aan de MIR van de Sovjet Unie. Op 5 mei werd de Soyuz-T 15 losgekoppeld van de MIR en vloog naar het ruimtestation Salyut 7 waar het een dag later aankoppelde.

 

De kosmonauten landden veilig op 16 juli op de steppe van Kazachstan.

 

Foto v.l.n.r.: Leonid Kizim en Vladimir Solovyov.

1986 – Soyuz-TM 1

Soyuz-TM 1

Op 21 mei werd de nieuwe Soyuz capsule gelanceerd vanaf lanceerbasis Baikonur Cosmodrome.

 

Deze Soyuz-TM 1 was een onbemande testvlucht van negen dagen.

 

Het ruimtevaartuig van 6.450 kilogram koppelde twee dagen later aan het Sovjet ruimtestation MIR.

 

Na de geslaagde koppeling werd de capsule op 29 mei ontkoppeld en maakte een geslaagde landing op 30 mei op de Steppe van Kazachstan.

1986 – Ariane 2

Ariane 2

De Europese ruimtevaartorganisatie ESA lanceerde de eerste Ariane 2 vanaf Guina Space Centre op 31 mei om 00:53 UTC.

 

Ariane 2

Deze raket is ontwikkeld door de Franse ruimtevaart organisatie (CNES), gebouwd door de Aérospatiale en wordt gelanceerd door Arianespace. De raket is ontwikkeld om zwaardere ladingen te lanceren tegen minder kosten per kilogram dan zijn voorganger de Ariane 1.

Ariane 2 tweede trap

 

Het kon ladingen tot tot 2.175 kilogram in een geostationaire transferbaan (GTO) brengen. De drietrapraket met vaste en vloeibare motoren had een hoogte van 49,1 meter, een doorsnede van 3,8 meter en was een flexibelere draagraket dan zijn eerdere familie en was bedoeld om te concurreren met andere aanbieders. 

 

Het budget voor de ontwikkeling was laag waardoor er alleen geteste technologieën konden worden toegepast, ook aanpassingen aan het lanceerplatform was lastig omdat deze vanaf dezelfde lanceerbasis vertrok als de Ariane 1.

1986 – H-I

H-I lancering nr.6

Op 12 augustus om 20:45 UTC werd de eerste Japanse H-I raket gelanceerd vanaf Tanegashima Space Center.

 

De raket was de opvolger van de N-II raket en was 42 meter hoog met een diameter van 2,4 meter. Het bestond uit drie trappen met negen boosters, de eerste trap was van Amerikaans makelij net als voor de N-I en N-II rakketen. De tweede en derde trap waren door de Japanners zelf gemaakt.

 

Het was in staat om lading tot 3.200 kilogram in een lage omloopbaan (LEO) en 1.100 in een geostationaire transferbaan te brengen.